21-02-12

Starten met een fondsenportefeuille:

Hoe start ik met een fondsenbelegging ?

 

Een “cursus fondsenbelegging” is niet in twee of drie minuten uit te leggen. Een volledige cursus over meerdere uren zou saai kunnen zijn en uitmonden in details en punten en komma’s. Veel beter kan men echter op kleine schaal starten en dan ervaringsgewijs opbouwen.

 

Ik moet dan zeker wel beschikken over een grote som geld ?  Niets is minder waar. Ik raad zelfs af om met fondsen te starten waarvoor men onmiddellijk over meer dan 1.000 euro moet beschikken. Later zal je merken dat ik het zelfs helemaal niet heb voor die “dure” fondsen Als je over een bedrag van 250 tot ongeveer 500 euro kan beschikken en je weet dat je die som een paar jaar kan missen, dan ben je klaar voor de start van een plezierige, leerzame en vooral rendabele “hobby”. In feite kan dus bijna iedereen mee doen. Bovendien al onmiddellijk een eerste opmerking over de verplichte beleggingsprofielen die alle banken van u proberen op te maken en die naast absurd, ook asociaal zijn: iemand met weinig geld mag immers volgens die Mifidregels geen aandelenfondsen kopen en moet dus arm blijven…

 

Stap 1: Als je via een bank wil handelen ( Axa, Deutsche Bank, BKCP, … ) dan staat die som waarschijnlijk al op een spaarrekening. Je opent dan gewoon een effectenrekening en je zorgt ervoor dat je die effectenrekening ook online kan beheren. Uw kantoordirecteur regelt dat voor u in enkele ogenblikken.

Werk je met een online-broker of bank ( Binckbank, Keytrade, Rabobank, … ) dan dien je een aanvraag voor een effectenrekening in te sturen en dan zal men u wel uitleggen hoe je je startkapitaal op de rekening krijgt.

Eens die formaliteiten geregeld, kan je onmiddellijk aan de slag.

  

PS.: Belangrijk: Vraag bij de opening van de effectenrekening of het mogelijk is om orders online in te geven vanaf 50 euro. ( Bij Rabobank vonden we op de website dat een order minstens 100 euro moet bedragen ! ) Je mag de contactpersoon vertellen dat het niet allemaal zulke kleine orders zullen zijn, maar dat je als beginner niet onmiddellijk van plan bent om orders van 1.000 euro in te geven. Ik ben namelijk geen klant bij al die banken die ik hierboven opsom en vind het ook mijn taak niet om dat allemaal gaan na te vragen.

 Stap 2: Ik ga je nu helpen om op een eenvoudige manier een portefeuille op te bouwen met weinig risico zodat je de “knepen van het vak” spoedig onder de knie zal krijgen. Daarvoor gaan we nog geen indrukwekkende en nietszeggende studies uitvoeren. Ondervinden hoe alles werkt, is voorlopig de hoofdbekommernis. Laat u ook niets wijsmaken door beursgoeroes en allesweters: als het erop aan komt, blijken ook die geen glazen bol te bezitten. Wat we wel gaan doen, is leren hoe alles in zijn werk gaat en er al onmiddellijk voor zorgen dat we de mogelijke verliezen tot een minimum kunnen beperken. Niemand verliest immers graag geld. U zal hieronder een lijst van fondsen vinden die speciaal is opgemaakt voor beginners. Daarmee gaan we aan de slag…

 Ik geef je één garantie: als je deze aanbevelingen volgt, dan ga je nooit grote verliezen oplopen. Ik zal je nog wel tijdig verwittigen als het tijdstip komt waarop je vrij aan de slag kan gaan op je eigen verantwoordelijkheid. Tot dan spelen we op veilig.

 Bovendien mag je op elk moment meer inlichtingen vragen als er iets niet duidelijk mocht zijn. Als je onderaan klikt op commentaren, gaat er zeker een link open waarin je je vraag kan ingeven. Is de vraag te persoonlijk dan vraag je mij gewoon om uw vraag niet te publiceren; dat kan. Andere vragen zijn misschien interessant voor andere beginners en ga er van uit dat er geen domme vragen bestaan.

 Lijst beginners 001.jpg

 

Stap 3: En weg zijn we !

 Onze lijst: Deze lijst werd opgemaakt op 1 februari aan de hand van mijn selecties op 3 en 5 jaar waarbij rekening gehouden wordt met het rendement maar ook met de volatiliteit. Ik bracht één filter in: een fondseneenheid mag niet meer dan 15 euro per stuk bedragen.

 U vindt allereerst de naam van het fonds, de naam van het fondsenhuis en de munteenheid waarin het fonds uitgedrukt wordt. Laat u niet afschrikken door de fondsen die in USD ( Amerikaanse Dollars ) noteren. Een beetje diversificatie is mooi meegenomen.

 Een belangrijk gegeven is de Isincode: noem het het identiteitskaartnummer van het fonds. Bij de soort vindt u of het een aandelenfonds ( A. en de regio ) of een obligatiefonds ( B van Bond en de regio ). In de kolom Special vindt u nog meer verduidelijking. And last but not least vindt u in de laatste kolom de prijs van een fondseneenheid op 1 februari ( en die kan vandaag natuurlijk iets minder of iets meer zijn : bij de orderingave geven de meeste maatschappijen u als controle de laatst gekende prijs ).

 We gaan deze fondsen niet allemaal aankopen maar ik geef er u 15 omdat u alle fondsen misschien niet bij uw “distributeur” zal kunnen vinden. Later leg ik u nog wel uit hoe u fondsen kan kopen die “niet worden aangeboden”, maar we starten volgens de normale procedure.

 Stap 4: eerste orderingave

 Om de zaak overzichtelijk te houden gaan we stapsgewijs beginnen en de eerste keer één of maximum 2 orders ingeven van ongeveer 50 euro.

 Probeer altijd te starten met de Isincode van het fonds: dit zal je behoeden voor verrassingen want de namen lijken zo op mekaar en sommige fondsen hebben zoveel varianten dat je voor je het weet ingeschreven hebt op het fonds in GBP of een andere munt. Of je hebt een kapitalisatiefonds gekocht terwijl je het distributiefonds wou hebben.

 Nemen we als voorbeeld het eerste fonds: de prijs was 2,17 euro. Als we een bedrag van 50 euro willen besteden dan kunnen we  ( 50 : 2,17 = ) 23 eenheden aankopen. Fondsen worden altijd aangekocht met de “blinde hand”= aan de prijs van morgen die we vandaag nog niet kennen. Bij de afrekening kan uw order dus een paar procenten of procentpunten meer of minder kosten. Vermits we werken met zeer goedkope eenheden kan dit nooit tot grote verschillen leiden. Er zijn instellingen waar je orders kan ingeven voor een bepaald bedrag ( bijvoorbeeld 50 euro ) maar zelfs dan kan je nog verschillen krijgen bij de afrekening: het is dan immers de computer zelf die dat bedrag omzet naar het aantal eenheden en dan toch een aantal eenheden aankoopt aan de prijs van morgen.

 Geef je een order in tegen een bepaald bedrag dan ga je waarschijnlijk een aantal eenheden krijgen waarvan het aantal een cijfer is met 4 cijfers na de komma. Geef je de voorkeur aan afgeronde aantallen dan geef je het order in per aantal.

Er zijn maatschappijen die werken met procentuele kosten ( maar da’s voor zo’n kleine orders ook maar een klein bedrag ) maar er zijn er ook die werken met een forfait : 10 euro per order bij BKCP is voor een groot order erg goedkoop maar voor een klein order zoals dit schrikkelijk duur.  Hou er rekening mee want die kosten gaan inwerken op je rendement.  Misschien geen echte ramp want we zijn uiteindelijk nog maar met het leerproces bezig.

 Stop na het ingeven van het eerste of maximum tweede order en wacht even tot deze geregeld zijn. Zo krijg je een idee hoe dat in zijn werk gaat, hoe lang het duurt, komen er misschien onverwachte kosten tevoorschijn en loopt niet alles onmiddellijk mis omdat je iets verkeerd deed.

 

Stap 5: Volgende orderingaves.

 Laat je eerste order(s) eerst volledig uitvoeren. Dit duurt minstens twee werkdagen bij de “snelle” maatschappijen maar kan soms wel tot een week oplopen bij de minder snelle. Ooit meegemaakt dat het bijna 14 dagen in beslag nam. Dit kan tot verrassingen leiden als je een hele reeks orders tegelijk ingeeft en op het laatste niet meer weet wat er nu al uitgevoerd werd en wat niet.  Volg dus goed de orderoverzichten op als je een veelkoper zou worden of zorg ervoor dat een order volledig is uitgevoerd  alvorens je de volgende ingeeft. Wacht eventueel op de papieren borderellen die sommige maatschappijen u zullen opsturen met de post ( of druk de eerste elektronische exemplaren eens af in het andere geval ). Daarop staan alle details: aantallen, kostprijs, debetbedrag, instapkosten, forfaits en noem maar op. Misschien al de eerste verrassingen ? Ik heb het ook al meegemaakt dat er enkele dagen later nog een rechtzetting volgt…

 Langzaam werken is geen probleem: er zullen nog fondsen genoeg zijn die binnen enkele weken ook nog rendement leveren. We spreken bij een fondsenbelegging ook minstens over een periode van 3 jaar: waarom zou je je dan ook haasten ?

 Kies voor elk order in deze testcase een ander fonds. Ik wil iedereen en met absolute nadruk de raad geven om op elk moment ( nu maar zeker ook later ) te zorgen voor de nodige spreiding. Een minimum van 5 verschillende fondsen, die bovendien niet allemaal in dezelfde regio of grondstof beleggen is een absolute must om kans te maken op succes. Nog beter is het om 10 verschillende fondsen aan te kopen zodat één fonds nooit meer dan 10 % van uw portefeuille inneemt. Veel kans op een teleurstelling of zelfs nog erger krijg je als je stopt met slechts 3 fondsen. Iedereen kent de boerenwijsheid dat je nooit alle eieren in dezelfde mand mag leggen. Ik vraag je dan ook nadrukkelijk ( nogmaals ) om deze regel altijd te eerbiedigen want iedereen weet het, maar hoeveel portefeuilles bestaan niet uit één of twee fondsen. Neem van mij aan dat hét fonds gewoon niet bestaat.

 

Stap 6: beheer van een portefeuille:

 Ik geef nu eerst de uitleg voor de beginners die stap voor stap aan deze cursus deelnemen. Dit stukje komt op het einde van de opleiding nogmaals terug als we niet meer werken met een “micro-portefeuille”, maar dan met andere cijfers.

 Als je de stappen tot hiertoe in grote lijnen ( want ik wil je wel wat vrijheid geven ) gevolgd hebt, dan beschik je nu over een fondsenportefeuille met minimaal 5 fondsen. Normaal zou elk fonds ongeveer 20 % van de portefeuille moeten uitmaken. 

 Vermits iedereen wel met de computer kan werken, zou ik iedereen willen aanraden om een klein bestandje aan te maken in Excel. Een verplichting is het niet. Vroeg of laat zal je merken dat het toch wel handig is want niet alle maatschappijen geven je de mogelijkheid om je portefeuille nauwkeurig op te volgen en al zeker niet om kolommen of formules aan je overzicht toe te voegen. Als er interesse voor is dan zet ik wel een voorbeeldje op Spaargids dat downloadbaar is en dat je enkel maar hoeft in te vullen.

               http://www.spaargids.be/forum/beleggen-in-fondsen-voor-be...

Hier vind je alvast een voorbeeld hoe jouw overzicht er zou kunnen uitzien momenteel:

 Voorbeeld 001.jpg

Ik heb in de tabel ineens voorzien dat men kan beleggen in fondsen in EUR en in USD. Zelfs als je geen fondsen in USD bezit, knip je misschien best die mogelijkheid niet weg. Je weet maar nooit.

In kolom A vul je Isincode in. Volgens mij belangrijk als je over het juiste fonds wil praten.

In kolom B de naam van het fondsenhuis.

In kolom C de naam van het fonds

In kolom D vul je het bedrag in in EUR dat je investeert: ik noteer er voor mezelf altijd het bedrag dat het mij kost ( dwz kosten inclusief ). Koop je ooit stukken bij dan voeg je het nieuwe bedrag erbij ( = bedrag + bedrag ). Onderaan het blad verschijnt automatisch het totale bedrag dat je geïnvesteerd hebt ( D22 )

In kolom E de datum: later gaan we het jaarrendement berekenen want dat is beter “verstaanbaar” en vergelijkbaar dan een meerwaarde. Ik bezorg je ook binnenkort nog een rekenblad om de “aangepaste datum” te berekenen als je zou bijstorten.

In kolom F het aantal eenheden dat je kocht ( en eventueel bij kocht )

Tot hier de roze vakken: vakken die je invult als je een aankoop doet.

Kolom G: je hoeft niets te doen, het blad berekent zelf de aankoopprijs in EUR

Kolom H: telkens je een controle uitvoert, vul je hier de waarden in. Stel een portefeuille samen op Morningstar ( of … ) met jouw fondsen: als je de cijfers nodig hebt, druk je ze af en schrijf je ze snel over… Ook je eigen portefeuille geeft je regelmatig de waarden.

 

De fondsen in USD: in het gele vakje E11 dien je wel de koers van de USD in te vullen. Die kan je vinden o.a. op Tijd.be. Als dat gedaan is, rekent het blad automatisch de waarde om naar EUR.

Kolom I: het werkblad maakt zelf van alle noteringen waarden in EUR.

Kolom J: hier krijg je automatisch alle totalen per fonds in EUR en onderaan de huidige waarde van je portefeuille (J22)

Kolom K: automatisch de meerwaarde in EUR en onderaan ( K22 ) de totale min- of meerwaarde van je fondsenportefeuille.

Kolom L: automatisch het gedeelte in procent dat dit fonds in je portfolio inneemt.  Later kom ik hier zeker op terug. Als controle onderaan: dit cijfer moet altijd 100 % zijn.

Kolom M: hier berekent het werkblad automatisch hoeveel 90 % van de waarde van een eenheid bedraagt. Dit is de stoplos-drempel. Wil je een ander percentage pas dan de formule aan. Na veel zoeken en testen werk ik in mijn persoonlijke portefeuille met 90 %. Maar het staat iedereen vrij. Ik moet wel zeggen dat 95 % erg scherp is.

Kolom N: hier gaan we de Rolling Stop Loss berekenen. Als je met een gewone Stoploss zou werken dan zou het fonds eerst terug naar zijn beginpunt zakken en is al je winst weer weg op het moment dat je zou verkopen. Met de RSL houden we minstens een deel van de winst vast.

Hoe werkt dit nu: de eerste maal neem je gewoon het getal over van kolom M. De volgende maal zal er  in  kolom O :                                                                                                                                                    -      -   of een negatief cijfer tevoorschijn komen: dan doe je niks.

   -      of het getal nul tevoorschijn komen: ook niks doen

   -      of een positief getal: dit bedrag voeg je bij het bedrag van kolom N zodat het bedrag in kolom O weer op nul komt.

 Kolom P: ook een automatische kolom: als hier een negatief bedrag verschijnt, dan dien je een verkoopsopdracht ingegeven te worden voor dit fonds. Ik doe dit niet altijd maar voor de defensieve belegger of iemand die een niet zo leuk gevoel heeft met negatieve rendementen is dit een absolute must.

 

Een woordje uitleg: Let op als je van een “duur fonds” slechts een gedeelte hebt: de cijfers die in de kolommen M,N,O en P tevoorschijn komen, slaan op de verschillen ten opzichte van een volledige fondseneenheid en Niet op het verlies ( of de winst ) die jij zou opgelopen hebben op je gedeelte.

 Voor de niet zo “prille beginners”: als je onvoldoende lijnen hebt, wacht dan niet tot de laatste lijn is ingevuld. Voeg tijdig lijnen bij en trek de formules gewoon door. Als je het goed uitvoert, blijven alle formules hun ding doen.

  

Stap 7: beheren van een fondsenportefeuille

Ik leg hier uit hoe men een portefeuille opbouwt volgens het principe dat men technisch “buy and hold” ( aankopen en aanhouden ) noemt.  Voor vele startende beleggers is dit de rustigste methode en geeft je nog altijd de mogelijkheid om nadien door te gaan naar een actievere methode als je dat zelf opportuun acht.. Ikzelf maak steeds een grondige studie van een fonds en hou mij nog steeds aan het buy-and-hold-principe waarbij ik zo weinig mogelijk fondsen verkoop en weer andere aankoop. Je bespaart zo een hoop kosten.  Ik besteed wel vele uren aan “mijn fondsen” en wil u daar graag mee laten van profiteren. Je kan bij mij echter geen fondsen kopen en ik heb ook geen bindingen met maatschappijen of beheerders. Ik maak ook geen gepersonaliseerde portefeuilles op.

Ik raad je aan om om de 14 dagen een overzicht of evaluatie te maken van je portefeuille. Je kan het ook elke dag doen als je wenst maar ik doe het elke 14 dagen ( op de 1ste  en de  16de van elke maand ) en ik adviseer iedereen om deze termijn minstens aan te houden om het risico te beperken en niet plotseling voor verrassingen komen te staan.

Telkens je de nieuwe waarden van de fondsen inbrengt, dien je ook de kolom N aan te passen volgens de richtlijnen hierboven.

Na deze aanpassing ga je de kolom P bekijken: blijven alle cijfers zwart en dus positief, dan hoef je niks te doen. Wordt dit cijfer negatief en dus rood dan geeft dit aan dat je de volatiele fondsen zeker dient te verkopen. Ik ken geen maatschappijen die dit automatisch uitvoeren of waar je zo’n drempel kan ingeven: dit ga je zelf moeten doen. In de toekomst ga ik op mijn blog aanduiden welke fondsen er bij de volatiele groep horen. Bij een baisse op de beurs is het eerste fonds dat een rood cijfer aangeeft, bijna zeker het meest volatiele in je portefeuille. Zou je per ongeluk een minder volatiel fonds verkopen dan is dat zeker geen ramp. Je kan het dan misschien enkele dagen alsnog goedkoper terugkopen. Voor de volatiele fondsen noteer ikzelf de prijs die ik kreeg bij de verkoop. Op het moment dat ik het fonds dan nog eens 10 % goedkoper kan terugkopen, geef ik een aankooporder in voor hetzelfde bedrag als de som van de verkoop. Zo krijg ik dan meer eenheden van dat fonds terug in mijn portfolio en dat geeft zeker een boost bij de volgende hausse.

Nu is die controle op de stoploss iets totaal anders dan slechte fondsen verwijderen uit de groep. Nu maak ik vrij diepgaande studies van een fonds voor ik het aankoop en heb ik niet gemakkelijk fondsen die het echt slecht doen. De evaluaties om te kijken of een fonds dient vervangen te worden doe ik één maal per jaar of na een periode met een behoorlijke stijging. Ik ga dan kijken of de fondsen die het echt niet goed doen nog altijd in mijn driemaandelijkse selecties ( daarover later ) verschijnen: staan ze nog altijd in de lijst dan behoud ik ze alsnog; staan ze niet meer in de selectie dan vliegen ze ook bij mij buiten. Om geëvalueerd te worden dient een fonds wel meer dan een jaar in de portefeuille te zitten. Je moet de fondsbeheerder de kans laten om zijn ding te doen en ik probeer ook de transactiekosten tot een minimum te beperken. Veel aankopen en verkopen kan spannend zijn maar denk er zeker aan dat elke nieuwe aankoop ook een miskleun kan zijn. Het nieuwe fonds is niet altijd beter ! 

Een ander belangrijk cijfer voor het portfoliobeheer dat je in mijn werkblad vindt, is het percentage van de participatie ( kolom L ).  Als je 5 verschillende fondsen voor ongeveer hetzelfde bedrag gekocht hebt, dan zal dit cijfer bij elk fonds ongeveer 20 % aangeven. Na elke aankoop zal dit cijfer natuurlijk wijzigen. In mijn persoonlijke portefeuille zorg ik ervoor dat een fonds bij aankoop nooit meer dan 5 % van het geheel inneemt. Als de drempel van 15 % overschreden wordt, dan bouw ik dat fonds af. Ik verkoop het niet helemaal maar ik verkoop dan zoveel eenheden dat de participatie opnieuw minder dan 10 % wordt. Vandaar dat ik in het begin ergens schreef dat ik graag met fondsen werk die een lage eenheidswaarde ( NAV ) hebben alhoewel ik ook een effectenrekening heb bij een maatschappij waar je van sommige fondsen zelfs 100sten kan kopen.

Nu hebben de volatiele fondsen de “slechte gewoonte” om in goede beurstijden het hardst aan te groeien en al snel een buiten verhouding groot gedeelte te gaan innemen. Da’s erg gevaarlijk bij slechte beurstijden want dan kan die volatiliteit ook snel grote verliezen opbouwen. Bij die volatiele fondsen dien je dus zeker en vast dat percentage in de gaten te houden en de participatie af te bouwen als het de spuigaten uitloopt.

Voor de mensen die eerst eens willen testen en die eerst afwachten na de aankoop van de eerste 5 fondsen zou ik durven aanraden om een fonds nooit meer dan 30 % van hun portefeuille te laten innemen. Da’s belangrijk voor de veiligheid.

Ik wou ook nu al meegeven dat ik bij een verkoop het aantal verkochte eenheden aftrek in het vak in kolom F en dat ik het gerecupereerde bedrag aftrek  in kolom D. Ik heb tot hiertoe nog geen fondsen waarbij het bedrag in kolom D negatief is geworden. Eens dat zich voordoet, ga ik daar ook een oplossing moeten voor zoeken: misschien iemand een suggestie ? Bij het aantal eenheden in kolom F kan zich dat probleem niet voordoen want men kan nooit meer eenheden verkopen dan men bezit.

 

Is dit de enigste methode om een portefeuille te beheren ? Zeker niet want er zijn zoveel manieren als er mensen zijn en fondsenbeheer is geen exacte wetenschap. Ik weet echter wel zeker dat je op deze manier de risico’s binnen de perken kan houden.

 

 Zien jullie nog andere problemen bij het beheer, heb je nog vragen of heb je zelf een goed tip ?  Laat het me weten. Uw collega’s kunnen heel wat leren van uw ervaringen.

 

 Stap 8: Fondsen selecteren en de portefeuille uitbouwen.

 We starten met een aantal mogelijkheden die helemaal niet werken of die erg gevaarlijk zijn.

 Ik geef ze u in de volgorde waarin ik ze zelf tegenkwam en geef u dan ook telkens de redenen op waarom ik ze nu meestal niet meer gebruik:

  

8.1.  Eén van de gevaarlijkste manieren om te kijken of een fonds uw centen waard is en nochtans veel gebruikt bij de beleggers, is gaan kijken naar de grafiek van een fonds. Om te beginnen is bij elk fonds de “range” ( de afstand tussen de laagste waarde en de hoogste waarde ) verschillend. Dit geeft een erg vertekend beeld als je een fondsengrafiek met een kleine range gaat vergelijken met fondsen met een grote range.

 Toen ik mijn eerste stappen zette in de fondsenwereld ( begin jaren 1990 ) was ik nog verbonden aan de verzekeringswereld. In de Tak23-fondsen bestonden nog niet veel grafieken want het was toen een spiksplinternieuw product. Al vlug begon ik de dagwaarden ( NAV’s ) op te slaan om mijn eigen grafieken op te maken. Wat me na een tijdje ook regelmatig opviel, was het feit dat de ene grafiek de andere niet is. Regelmatig ontdekte en ontdek ik nog steeds dat de grafiek die men presenteert ons een periode toont die uiterst positief is voor het fonds. Het negatieve gedeelte van een historiek toont men dikwijls niet.

  

Hieronder een voorbeeld: als u de bovenste grafiek ziet, dan zou u misschien denken:”dat verloop ziet er goed uit, een fonds dat me wel aanstaat “.

 

grafiekskes 001.jpg

 Bekijkt men de onderste grafiek die nochtans identiek dezelfde einddatum heeft, dan roept die waarschijnlijk wel een ander idee op. Ik kan u nochtans garanderen dat het over hetzelfde fonds gaat. Nu weet ik wel dat men op bepaalde internetsites zelf grafieken kan aanpassen. De vraag is echter: doen vele beleggers dat ? En wat dan met infofiches die uiteraard niet aanpasbaar zijn. In de onderste grafiek is ook de range aangepast en plotseling is de stijging minder steil.

  

Heb ik nu gezegd dat grafieken waardeloos zijn ? Absoluut niet, dat zou tekort door de bocht gegaan zijn. Probeer echter telkens ook de volledige grafiek te vinden en let goed op voor de “range”. Ik ging op zoek naar een ander element om goede fondsen te vinden.

 

 Iets wat dikwijls bijna in één adem genoemd wordt met de grafiek, is de benchmark. Dat een fonds zijn benchmark klopt is absoluut nog geen reden om het bij de goede fondsen te klasseren. Dat vergelijkingspunt ( want meer is het eigenlijk niet ) is één of andere index of zelfs een mix van indexen, die door de fondsbeheerder zelf gekozen wordt. Bovendien heb ik al gemerkt dat men “tijdens de rit” soms van benchmark wisselt. Als je weet dat aan het kloppen van die benchmark meestal een vergoeding voor de fondsbeheerder ( de performancefee ) gekoppeld zit dan weet je al bijna op voorhand dat hij een index gaat kiezen die hij kan kloppen.  Uiteindelijk wordt het zo bijna een nadeel voor de belegger want die performancefee gaat natuurlijk ten koste van het rendement van dat fonds.

  

Bij een bepaald Belgisch fonds vond ik de volgende benchmark: 30 % Euronext Bel Mid  +  10 % Euronext Bel Small  +  60 % Euronext Bel20 Pr. !  Probeer dat maar eens samen te stellen en te vergelijken. Dat moet nogal een klap geven als ze dat verslaan. De particulier kan absoluut niet mee en waarschijnlijk ook het gros van de professionele adviseurs ook niet.

 

8.3.  Een ander veel bekeken element is een reeks cijfers dat de jaarrendementen weergeeft.

  

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

38,76 %

26,06 %

22,96 %

-0,50 %

-51,87 %

35,54 %

18,13 %

-15,73 %

 

Het minste wat je van zo’n reeks kan zeggen, is dat het indrukwekkend is. Als iemand daar echter voldoende gegevens uit kan puren om te beoordelen of een fonds goed is, of eerder middelmatig of zelfs slecht, dan verdient dat zeker een proficiat. Ik kan het echter niet. Je ziet door zo’n reeks cijfers eerder door de bomen het bos niet meer. Aan deze massa cijfers kan ik enkel zien dat dit fonds eerder volatiel is. Dat is een belangrijk element maar toch te beperkt om daarop een oordeel te vellen. Nochtans publiceren alle infofiches zulke reeksen en als ik me niet vergis, wordt men zelfs verplicht door de FSMA om ze te vermelden.

 

In het begin van mijn opzoekwerk ben ik ooit zelfs het gemiddelde rendement gaan berekenen, maar ook met dat cijfer kwam ik nergens.

 

8.4.  Waarschijnlijk één de meest gebruikte referentiepunten is de Morningstarsterrenrating.  In de mond van de adviseur klinkt het overtuigend: dat fonds heeft 5 sterren van Morningstar heeft gekregen. Voor die man is Morningstar dé referentie maar zijn klant heeft er waarschijnlijk nog maar amper van gehoord. Bovendien geeft die maatschappij zelf toe dat de sterrenrating erg gebaseerd is op de periode die juist voorbij is en dus eigenlijk te beperkt is om daarop en daarop alleen een selectie te gaan baseren. Ikzelf, en da’s een persoonlijke mening, vind me niet helemaal in de opdeling die MS daarbij maakt. Volgens mij zijn er maar twee soorten fondsen: goede en minder goede. MS heeft er zo’n tiental en de beste fondsen in hun categorie krijgen 5 sterren. Wat betekenen echter 5 sterren in een categorie als je met al die fondsen verlies maakt. Bovendien blijken de ondernemingen meer een meer internationaal geglobaliseerd te zijn: hoe Europees is een Europese onderneming nog als die haar grootste winsten in Azie of Zuid- of Noord Amerika gaat halen ?

De indeling van Morningstar zet mogelijk ook beleggers op het verkeerde been: op basis van die indeling zullen defensieve beleggers misschien kiezen voor obligatiefondsen. Nu is in mijn screeningsysteem al meerdere malen gebleken dat sommige aandelenfondsen en zeker sommige mixfondsen veel betere rendementen genereren met een veel lagere volatiliteit.

Eerst alle fondsen in hokjes gaan opdelen heeft daarom geen enkele zin. Het gaat hem enkel om de kwaliteit !

8.5.  Op de Morningstar-overzichten vind je verder nog een aantal formules waarvan ik denk dat de meest gebruikte de “Std deviatie” ( Standaarddeviatie ) en de “Sharpe-ratio” is. Als ik in een vergadering van beleggingsadviseurs zou vragen om deze twee begrippen even voor de vuist uit te leggen, dan vrees ik voor veel blozende wangen en hakkelende verklaringen. Leg dus maar even uit aan de doorsnee belegger wat een Std deviatie van 16,37 % betekent. Ik wil je dan zelfs de formule nog ter beschikking stellen om dat percentage uit te rekenen. 

Ik zal de laatste zijn om William Sharpe, die de ratio uitvond die zijn naam draagt, gaan te bekritiseren. De man zou waarschijnlijk ooit wel de Nobelprijs voor Wiskunde gekregen hebben, moest die in dat vakgebied bestaan. Je kan met zulke formules met enige fierheid aan de beleggers gaan demonstreren dat je hard gestudeerd hebt, maar ik vrees dat de uitleg van die formules bij de meeste beleggers zal overkomen als een beetje hocus pocus. Die zal daarbij niet willen bestempeld worden als de domste uit de straat en na je explicatie volmondig knikken dat hij het begrepen heeft. Als de eerste beursdaling er dan aan komt, gaat die belegger al die fondsen snel verkopen en denken: “Ik wist het, ik had die ingewikkelde uitleg niet mogen vertrouwen.”

8.6. De “nieuwe” Morningstar Analist Rating ( Gold, Silver, Bronze… ) is pas later gekomen, maar toen was ik reeds elders gaan zoeken. Ik geef er hier dus geen commentaar op want ik heb er nooit enig vergelijkingswerk mee gedaan. Ik stel me alleen de vraag wat zoiets weer moet betekenen voor een gewone belegger: Silver in de Morningstar Analist Rating ?  Waarom maken ze het allemaal zo ingewikkeld.

8.7.  Ik apprecieer Morningstar zeker zelf ook maar ik vraag mij wel eens  af wat iemand denkt van zo’n Morningstar-overzicht waarop duidelijk vermeld staat dat het fonds werd opgericht op 1/07/2010 ( ik schrijf dit op 29/02/2012 ) met op datzelfde overzicht een grafiek die start in 2008 en een vermelding van een 3-jaarlijks en zelfs een 5-jaarlijks rendement. Als men dan onderaan nog het volgende letterlijk vermeldt:  “Deze rating en het rapport zijn uitgegeven voor een andere fondsklasse van dit fonds. De rendementen, kostenstructuur en valutabeleid kunnen verschillen.” Wie houdt hier wie voor het lapje en vooral, hoe geloofwaardig blijft dit alles op een moment dat de banken al vechten om nog enige geloofwaardigheid te behouden. Ik durf zoiets niet te tonen aan een kritische belegger. Durf jij aan zo’n fonds jouw zuurverdiende centen toevertrouwen ?

8.8. De tips die geen tips zijn: Er zijn een hele rist organisaties en vakbladen die elk jaar een reeks Awards, palmen, bekers en andere trofeeën  toekennen. Ik ken ze niet allemaal tot in de details, maar ik weet dat er enkele zijn waarbij de kandidaten vooraf een contract moeten tekenen dat ze bij de nominatie onmiddellijk een bedrag dienen te storten van zo’n 6.500 euro voor “deelname in de kosten”. De kandidaat koopt zijn beker ( met fles champagne ! ) en de organisator kan een luxueus event organiseren waarop hij heel de haute-finance kan uitnodigen om zijn naam alle eer aan te doen = iedereen tevreden. De fondsen die de sterkste prestatie tijdens het voorbije jaar neerzetten , laten de volgende dag iedereen weten dat zij weer een diploma rijker zijn. Van de belegger wordt verwacht dat hij zijn centen spendeert aan een fonds dat net een formidabele stijging achter de rug heeft, terwijl iedereen weet dat men eigenlijk aandelen en aandelenfondsen moet kopen als ze juist niet op een hoogtepunt zijn aangekomen. Onmiddellijk krijgen ook de beleggers via hun bank de lijst van de genomineerden toegestuurd met soms de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode met beperkte of zelfs zonder kosten in te schrijven. Je vraagt je nu misschien af waarom jouw bank dat dan opstuurt of op zijn website zet ?  Natuurlijk in de eerste plaats omdat jij er zou op inschrijven: het fonds dat vermeld wordt als beste fonds in bijvoorbeeld Europese aandelen moet toch wel een goed fonds zijn ? Iedereen wil toch wel bij de winnaars zijn ? 

Waarom is die tip dan geen tip ?  Met de huidige Mifidreglementering zou de bank verantwoordelijk zijn als ze jou een fonds zouden aanraden dat achteraf niet doet wat het zou moeten doen. Zij raden dus niks aan want een vermelding is geen advies. Zelfs de deur wagenwijd openzetten is nog geen koopadvies want dat doen toch alle winkels ?  Ik vraag me wel af of die marketeers ’s morgens nog recht in de spiegel durven kijken ?

Lijsten van de meest verkochte fondsen tijdens de vorige week of maand mag je gewoon in dezelfde bak klasseren.  Misschien een signaal om nu eens andere fondsen te kiezen ?

8.9.  Gemiddelde rendementen: van één en hetzelfde fonds las ik op 30 januari 2012 bij de Tijd.be: 14,26 %.  Bij Morningstar 11,21 %. Waarschijnlijk volgens de leuze: hoe meer, hoe liever ?  Ik volg momenteel al meer dan 400 fondsen en ik kan meestal – zelfs niet bij benadering – die rendementen terug reconstruëren. Het fonds waarover het hier ging, kwam in mijn gemiddelden op amper 4 %. 

8.10.  Buikgevoelens: er zijn raadgevers die, met de beste bedoelingen, zaken vertellen die misschien logisch lijken maar die zonder enig bewijs de wereld worden ingestuurd. Op dit ogenblik ( begin maart 2012 ) is zo één van die suggesties dat obligatiefondsen te mijden zijn. Nochtans leveren sommige van die fondsen al een tijdje, en nog steeds, rendementen van meer dan 10 % per jaar. Zolang deze fondsen in mijn selecties verschijnen, blijven zij voor mij een mogelijke keuze. Ook “landenfondsen” zouden te eng zijn en geen “ontsnappingsmogelijkheden” bieden aan de fondsbeheerder als het in dat land wat minder gaat. Ik zou het durven vergelijken met iemand die Mark Cavendish schrapt uit de selectie omdat die enkel kan winnen als de wedstrijd op een sprint eindigt. Ik vrees daarbij dat die Europeanen ( Belgen ? ) zich danig misrekenen aan de hoegrootheid van sommige landen: China, India, Brazilie…en ja zeker Rusland zijn landen waarvan wij ons amper de oppervlakte kunnen voorstellen. Europese fondsen zien ze wel zitten hoewel Europa ongeveer even groot is als China…. China bezit steden, waarvan wij de naam nog nooit gehoord hebben, die een totaal  aan inwoners hebben dat het totaal van België meerdere malen overtreft.  

8.11.  De regio’s of de grondstoffen die het gaan maken of te mijden zijn: diegenen die komen vertellen dat je zeker in die regio moet beleggen, dat je dat product zeker moet mijden en dat het nu niet de moment is om daarin te beleggen, klasseer ik bij de goeroes. Er is niemand die kan voorspellen welke regio of grondstof de volgende topper gaat zijn. Een degelijke aardbeving, een onvoorspelbare vulkaan of een grote watersnood stuurt dikwijls zo’n betoog helemaal in de war om nog te zwijgen van grote ongevallen of epidemies. Een doorgedreven spreiding in regio’s en producten is één van de beste tips voor een degelijk rendement met een beperkt risico. 

 

Selectie van goede fondsen:

9.1.  Eerste poging: Tijdens mijn zoektocht naar goede fondsen had ik ondertussen een vrij groot databestand opgebouwd. Ik had in de grafieken die ikzelf maakte, al alle mogelijke trendlijnen van Excel uitgeprobeerd ( meerdaags gemiddelde, het zwevend gemiddelde… ) maar geen enkel resultaat bracht mij dichter bij een oplossing. Wel had ik gezien dat er fondsen waren die bij een beurshausse flink mee stegen maar die bij de volgende baisse alles weer kwijt speelden. Dat waren dus zeker niet de goede want zo kan iedereen het.

Toen kwam ik op het idee om eens gaan te kijken hoe die fondsen evolueerden vanaf een bepaalde datum. Bijvoorbeeld met als begindatum 1 april 2003: om te kijken hoe de fondsen zich herstelden na de technologiecrash. Of vanaf 1 juli 2007: om te kijken hoe een fonds zich door de kredietcrisis manoevreerde. Ook sinds 1 maart 2009 hoe de fondsbeheerders het herstel na de kredietcrisis konden inzetten…

Aan de hand van deze cijfers constateerde ik dat ik nu wel de kwaliteit tevoorschijn kon krijgen. Een bewijs daarvan zijn de twee voorbeeldportefeuilles ( de Gematigde en de Volatiele hier op de blog ) waarvan de fondsen geselecteerd werden op basis van deze studies. In de Gematigde vind je fondsen die in 2008 minder dan het gemiddelde zakten en in de Volatiele diegenen die meer dan het gemiddelde zakten. Dat bijna alle op die manier uitgeselecteerde fondsen kwaliteit in huis hebben, kan je merken aan de resultaten.

Een toenmalige collega van mij gaf wel toe dat het al een heel goed resultaat was, maar merkte ook op dat hij, door te kijken naar mijn begindatum, bijna kon voorspellen welke fondsen er bovenaan in de rangschikking zouden staan. Ik zat dus dicht bij een doorbraak maar moest nog proberen de ruis te onderdrukken…

9.2.  Volgende poging: Toen kwam ik op het idee om van al die fondsen in mijn bestand te gaan berekenen wat voor jaarlijks rendement zo’n fonds realiseerde op periodes van 3 jaar, op periodes van 5 jaar en zelfs 7,5 en 10 jaar ( indien mogelijk want alle fondsen hebben niet zo’n lange historiek ). Om het aantal berekeningen een beetje in de hand te houden werden deze periodes telkens berekend met een interval van een halve maand ( elke periode start ofwel op de eerste van de maand ofwel op de 15de, of sinds vorig jaar de 16de van elke maand ). In het totaal worden meer dan 15.000 berekeningen gemaakt en ik kan je vertellen dat mijn computer een hele brok heeft aan dat zware bestand.

Zo kan je zien wat het gemiddelde rendement van een fonds is op zo’n periode, wat het beste resultaat is, maar ook het slechtste = dus eigenlijk de vork binnen het welk het fonds zich manifesteert. Je krijgt ook het percentage van de positieve rendementen en als je die cijfers naast mekaar zet, krijg je een heel duidelijk beeld van de beleggingshorizon die een fonds nodig heeft. Sommige fondsen zijn immers geschikt voor de korte termijn ( 3 jaar ) terwijl sommige fondsen zelfs te volatiel zijn om ze minder dan 7 jaar aan te houden. Die beleggingshorizon is voor mij één van de belangrijkste elementen voor een slectie gebleken waar over het algemeen veel te weinig rekening mee gehouden wordt.                                Sommige fondsen leveren alleen negatieve resultaten en sommige leveren gemiddeld een erg laag rendement dat niet in verhouding staat tot de volatiliteit die ze tentoon spreiden ( en zijn dus allemaal te mijden ). Ook de fondsen waarbij het percentage positieve resultaten onvoldoende was ( minder dan 90 % ) werden uit de lijsten verwijderd. Ik verkreeg dus werkelijk een probaat systeem om de goede fondsen uit te selecteren.

Meerdere collega’s kwamen onmiddellijk aandraven met de opmerking dat de cijfers uit het verleden geen garantie geven voor de toekomst. Een opmerking die ik volledig kan onderschrijven maar waarbij ik toch direct wil stellen dat een trend zich gewoonlijk ook zeker doorzet.  Je mag er dus wel van uitgaan dat de kans groot is, dat kwaliteitsvolle fondsen met een goede fondsbeheerder die aldoor redelijke rendementen leverden, ook in de toekomst zullen zorgen voor mooie rendementen en dat fondsen die enkel geld verloren, ook in de toekomst waarschijnlijk geen potten gaan breken. Er kunnen zich natuurlijk altijd uitzonderingen aanbieden maar daarvoor komen we terug op één van de hoofdregels van beleggen: spreiding / nooit alle eieren in dezelfde mand !  Als je alle favorieten selecteert voor een sportwedstrijd dan heb je daarom nog niet de winnaar in je lijst. Zware pech, want in de sport telt enkel en alleen maar de winnaar. Als je echter bij het beleggen in fondsen alle “favorieten” hebt aangekocht, dan mag je rekenen op een meer dan aanvaardbaar resultaat !

Je kan deze resultaten vinden op deze blog onder hoofdstuk 6.5.1. en volgende : Results op periods... De fondsen staan alfabetisch gerangschikt volgens fondsenhuis en naam van het fonds.

9.3.    De screeningmethode van Al Fonds:

Als je fondsen gaat selecteren op basis de rendementen dan kom je al snel bij de meest volatiele exemplaren. Da’s geen enkel probleem als je ze aankoopt bij de start van een beurshausse. Al snel ga je dan de hoogste rendementen aan mekaar rijgen. Koop je ze echter op een slecht moment, dan diepen ze algauw jouw verlies nog eens extra uit. Vermits we nooit op voorhand weten of het nu een goed moment of een slecht moment is, zou dat tot verrassingen kunnen leiden die we absoluut niet willen.

Diegenen die kunnen uitkienen wanneer het exacte moment is aangekomen, die zijn al lang schatrijk en vertrokken naar de landen van melk en honing. Op hen kunnen we spijtig genoeg geen beroep meer doen. Daarom ben ik gaan zoeken naar een middel dat ons bescherming biedt als het toch niet het juiste moment is. ( bij het hoofdstuk over de opbouw van de portefeuille komen er nog beschermingsmaatregelen aan bod: zie later ).

Voor het berekenen van het rendement van een fonds ben ik, zoals gezegd, niet tevreden met één resultaat zoals vele anderen. Ik bereken een hele reeks resultaten en daaruit distilleer ik, of beter gezegd dat doet Excel voor mij, het gemiddelde van al die resultaten. Momenteel bereken ik elk kwartaal opnieuw alle resultaten. Fondsen met belabberde resultaten of met een percentage positieve resultaten dat te laag is, vliegen er al onherroepelijk uit. Uit die ganse reeks blijkt het voor mijn computer een klein kunstje te zijn om ook het beste en het minste resultaat tevoorschijn te halen. Je krijgt zo bijna een zicht op je mogelijk resultaat. Het verschil tussen die beide percentages (  bijv – 10 % en + 20 % ; verschil tussen beide = 30 % ) noem ik de variatie of de volatiliteit van het fonds. Bij een lage volatiliteit ga je bijna recht op je doel af. Bij een hoog cijfer is het einddoel heel erg onzeker. Ik heb fondsen gevonden waarbij het verschil tussen hoog en laag minder dan 5 % is, maar ik heb er ook één gevonden waarbij dat meer dan 150 % is. Dat laatste is dus een fonds voor diegenen die van een gokje houden. Op deze manier begrijpt waarschijnlijk iedereen wel wat het risico is van een fonds.  Een bepaling als “ het fonds heeft als risicograad 5” heeft die duidelijkheid volgens mij totaal niet en is dus voor de meeste spaarders en beleggers van nul en generlei waarde. Toch moet ook dit laatste cijfer weer verplicht vermeld worden van de FSMA. Misschien zijn ze daar wel enigszins wereldvreemd ?

Moeten die volatiele fondsen nu helemaal worden geweerd ? Zeker als hun gemiddelde rendement zo’n volatiliteit niet verantwoordt en voor de mensen die zich niet zo best voelen met tussentijdse negatieve resultaten antwoord ik hierop volmondig ja. Voor de mensen die toch graag een boost in hun portefeuille voegen of ook voor diegenen die met geplande regelmatige stortingen een kapitaal trachten op te bouwen, zijn dit dan weer wel de aangewezen keuzes: ze moeten ze echter regelmatig opvolgen en tijdig werken met stoploss-drempels en herbalancering om “ongelukken” te voorkomen ( zie beheer ). Bij de nieuwe overzichten die vanaf begin april verschijnen op mijn blog ga ik ook aanduiden welke fondsen er bij de volatiele en welke er bij de minder volatiele behoren.  

De aanraders die ik elk kwartaal online zet, zijn echter geselecteerd op basis van en rendement en volatiliteit. Dit zijn dus fondsen waarmee je “de body van je portefuille – de ruggengraat” kan opbouwen. Daarover later nog meer.

 Hoe slaag ik er dan in om een selectie te maken die en rekening houdt met het rendement EN rekening houdt met de volatiliteit ?  Een selectie op basis van twee variabelen is voor een computer immers al niet meer evident. Noch het ene, noch het andere mag immers te sterk doorwegen.

Ik heb er lang aan gewerkt, vele tests uitgevoerd en ook verschillende backtestings uitgevoerd om te kijken welke resultaten zo’n selectie op termijn kon voorleggen.

Vooreerst heb ik de selectie gemaakt zoals beschreven in 9.3.  De screeningmethode.

Op basis van die cijfers worden de fondsen gerangschikt volgens hun gemiddeld rendement tijdens de verschillende periodes. Alle fondsen die gemiddeld minder dan 5 % opleveren voor een bepaalde periode en alle fondsen die in meer dan 10 % van de gevallen een negatief resultaat behalen, worden geschrapt. Bij de fondsen die overblijven wordt dan de helft van de variatie ( = verschil tussen beste en slechtste resultaat – ook volatiliteit genoemd ) afgetrokken van het gemiddelde rendement. Een fonds met een hoge volatiliteit wordt zo dus veel harder “gesanctioneerd” dan een fonds met een lage volatiliteit dat misschien minder rendement oplevert ( maar steeds minstens 5 % gemiddeld ). Als je nog mee bent, worden de fondsen dan gerangschikt op dat resultaat.  De 25 best gerangschikten komen in de selectie voor van het kwartaal.

Deze manier van selecteren zorgt ervoor dat je, mits voldoende spreiding en rekening houdend met je beleggingshorizon, altijd zult kunnen rekenen op een verantwoord rendement zonder te worden afgestraft als het tijdstip van instappen nu net niet het goede moment was.

Bij de volgende selecties zullen de fondsen met een minder dan gemiddelde volatiliteit ( variatie = < 40 % van de maximumvariatie van alle fondsen in mijn selectie ). Zodoende zal het voor iedereen mogelijk zijn om met dit element extra rekening te houden in zijn of haar selectie. Belangrijk voor de defensieve beleggers maar ook voor diegenen die op zoek zijn naar wat meer beweging en misschien ook meer rendement.

Vermits beleggen geen exacte wetenschap is, zullen er nog wel meer goede systemen zijn om goede fondsen te selecteren. Ik ben er echter van overtuigd, en mijn persoonlijke resultaten bewijzen het, dat mijn systeem doet wat het moet doen. Diegenen die deze selectiemethode afdoend vinden, zullen dan ook elk kwartaal een aangepaste selectie kunnen vinden op de blog. Wil je er zelf nog enkele controles aan toevoegen dan is er niemand die je daarvan weerhoudt.

 

Hou er wel rekening mee dat diversificatie een noodzaak is: een tiental verschillende fondsen die elkaar niet allemaal overlappen, vind ik een absolute must. Een regelmatige evaluatie van je portefeuille is zeker aan te bevelen.   

 

Zeer binnenkort leg ik je uit hoe je nu je persoonlijke portefeuille kan uitbouwen naar jouw wensen en voorkeuren. Zoals je merkt,  moeten het niet altijd ingewikkelde systemen zijn die resultaat opleveren.

Met vriendelijke groeten en veel succes

Al Fonds.

 

 

14:09 Gepost door Alfonds in 3. Cursus fondsenbeleggen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

Commentaren

Dit is bijzonder knap Alfonds, zeer leerlijk en overzichtelijk uitgelegd! Bedankt

Gepost door: DorpsGek | 22-02-12

Reageren op dit commentaar

Dank voor de motivatie.
En succes !
Al Fonds

PS Als schuilnaam kan dat tellen.

Gepost door: Al Fonds | 22-02-12

Reageren op dit commentaar

Bedankt voor dit mooie initiatief Al Fonds!

Er zijn online-brokers die je de mogelijk geven om een dollar-rekening te openen (Binck). Stel dat je op een bepaald ogenblik een deel van je goed presterende fonds in USD wenst te verkopen maar dat de USD/EUR-koers voor een euroland-inwoner in het nadeel is, dan zie je een deel van je winst verdwijnen. Oké, dat geldt ook in tegenovergestelde geval maar zou het niet interessanter zijn om je USD-fondsen in een USD-rekening te bewaren zodat je zelf het meest gunstige moment van omwisselen kan bepalen. Wat is je mening hierover?

Gepost door: Lewosh | 25-02-12

Reageren op dit commentaar

Je hebt zeker een punt.Er zijn verschillende manieren om te beleggen ( gelukkig maar ) en verschillende wegen om er te geraken. Ik maak vooraf een erg grondige studie om een fonds te selecteren en ik huldig dan ook het buy and hold-principe. Ik verkoop meestal geen posities maar herbalanceer ( gedeeltelijke afbouw van een positie ) de portefuille als een positie te belangrijk wordt. Beleggers die een meer actieve ( maar wat is actief en passief want ik besteed enorm veel tijd aan mijn portefeuille )stijl hebben, kunnen misschien beter voor jouw optie gaan.
Ik zeg altijd: "er moet verschil zijn in de wereld: stel maar dat we allemaal dezelfde vrouw zouden willen, dat zou nogal een gevecht worden..."

Gepost door: Al Fonds | 25-02-12

Reageren op dit commentaar

Ik heb deze Excell file ook aangemaakt. Van Carmignac Patrimoine en CI heb ik deelbewijzen en en hierdoor is het bedrag in kolon P heel hoog zelfs nu ik nog altijd verlies maak op CI. Ik kan niet anders dan het als deelbewijs in te brengen of toch niet?

Gepost door: Mouche | 11-03-12

Reageren op dit commentaar

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet helemaal kan volgen. Dat ligt waarschijnlijk aan mij.
Kolom P is zo opgemaakt dat hier een rood ( negatief ) cijfer verschijnt als de waarde van een eenheid onder de drempel gaat die werd ingegeven ( oorspronkelijk 90% ) of anders door jou werd aangepast. Nu kan je natuurlijk met een fonds als CI een groot verlies maken zonder dat je door de drempel gaat. 10 % verlies op C.I. is nog altijd zo'n 870 euro...
Jouw echte "verlies" zal je vinden in percentage in kolom K.
Het is bijna onmogelijk om meer dan 10 % verlies te hebben op CP of CI want beide fondsen staan dicht bij hun hoogste punt genoteerd, of het zou moeten zijn omdat men je extra veel instapkosten heeft aangerekend...
Ik hoop dat ik op de juiste golflengte zit, anders graag de volgende vraag.

Gepost door: Al Fonds | 11-03-12

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.